De opleiding moet dus aan de behoeften en verwachtingen
van het terrein worden aangepast zodat ze haar taak op
kwaliteitsvolle en professionele wijze kan volbrengen.
Om deze doelstellingen te behalen, moet de opleiding «
toelaten aan de cursisten om hun competenties zo goed
mogelijk te ontwikkelen en zich zonder grote moeilijkheden
te integreren in het professionele en menselijke plan, in onze
maatschappij ».
De opleiding als antwoord op behoeften van de hiërarchie,
van politieke autoriteiten, van het personeel of op de
verwachtingen van het terrein, kan louter reactief worden
opgevat. De rol van de opleiding is echter breder. Doordat
het voortdurend afstand kan nemen van het terrein en van
het bestaande systeem, kan de opleiding een proactieve
functie aannemen van afstandname en zelfreflectie « door
de deur te openen naar nieuwe operationele manieren van
denken en handelen ».
Twee grote doelstellingen kunnen dus worden
onderscheiden in de politieopleiding :
« enerzijds beantwoorden aan de behoeften van de
bevolking, van de politieke autoriteiten, van het globale
politie-instituut, van afzonderlijke leden en anderzijds
ingrijpen in de politiewereld zelf » via een voortdurende
invraagstelling.
« Gedurende een lange tijd had de professionele
politieopleiding als doel het personeel voor te bereiden op
vrij stereotiepe functies ; doordat ze zich voornamelijk richtte
op het begin van de carrière of op een bepaalde functie,
was ze vooral gericht op het aanscherpen van conventionele
kennis en van traditionele know-how, dit alles strikt
gereglementeerd en afgebakend ». Vandaag moet de
opleiding een plaats innemen in « de context van een
onzekere samenleving, gekenmerkt door de snelheid … van
de verandering ». In de context van een lerende orga-nisatie,
speelt de opleiding een onophoudelijke en
constante rol in de begeleiding van het personeel bij het
ontwikkelen van competenties die nuttig zijn voor de
vooruitgang van de organisatie.